Neem 5 of meer kralen en vorm weer het eerste lusje op de draad.
De volgende lus van 5 kralen meteen tegen de eerste lus opdraaien. Hier
dus geen afstand tussen de lusjes laten.
De volgende lusjes steeds tegen het voorgaande lus vormen tot het gevraagde
aantal verkregen is (zie tekening hieronder).
Duw nu al de lusjes samen zodat een bolletje wordt gevormd.
Basistechniek bladeren:
Rijg een aantal kralen op de draad.
Neem 1, 3 of 5 kralen tussen duim en wijsvinger en maak een lusje door
de draad en de kralen samen enkele keren te torsen. Zie tekening hieronder.
Werk zo verder tot er 11 lusjes gemaakt zijn.
Let op! De afstand tussen lusjes 5 - 6 - 7 moeten kleiner zijn. Zie tekening
hieronder.
Nadat alle lusjes zijn gevormd moet je draad afknippen op 5 cm afstand.
Neem nu lusje 6 als midden en plooi beide draden tegen elkaar. Draai nu
zoals te zien op onderste tekening de 2 draden per 2 lusjes nogmaals in elkaar
zodat het blaadje gevormd is. Na wat oefenen kan je de benodigde ruimte tussen
lusjes goed inschatten.
De kortere afstand tussen 5 - 6 - 7 zorgt ervoor dat de top - lusje niet
teveel uitsteekt.
Combinatie van de 2 basistechnieken:
Werk alle rode kralen op in bolletjes zoals basistechniek bolletjes, van
6 lusjes van elk 5 kralen. Weer 5cm draad ervoor en erna vrijlaten.
Vorm dan met groene kralen volgens basistechniek blaades, 72 blaadjes van
11 lusjes met elk 3 kralen.
Leg nu 8 blaadjes en 10 bolletjes opzij.
Verdeel de overige blaadjes en bolletjes in 8 even grote hoeveelheden.
Voor het vormen van de takken
heb je 1 hele en 7 halve groene draden van 1 mm dikte nodig. Hierop omwikkel
je met de bruine binddraad telkens een zelfde hoeveelheid blaadjes en bolletjes
De bolletjes dicht tegen
elkaar, de blaadjes naar willekeur ertussen.